Ga naar de inhoud

Beroepsethiek en deontologie voor klinisch psychologen

Het Tijdschrift Klinische Psychologie kent een lange traditie van het aanbieden van een rubriek over deontologie of beroepsethiek. Op deze manier biedt het tijdschrift ondersteuning aan klinisch psychologen wanneer ze voor moeilijke ethische keuzes komen te staan.

Dit engagement heeft geleid tot een themanummer over beroepsethiek of deontologie. Uiteraard bestaat er al een rijke literatuur over dit onderwerp, maar wat dit themanummer uniek maakt, is dat het is geschreven door Vlaamse auteurs, van wie de meesten klinisch psycholoog zijn. Wat in een internationale context is geschreven, is niet altijd zomaar toepasbaar op de Vlaamse realiteit, of moet in het licht van die context opnieuw worden geïnterpreteerd. Dit themanummer richt zich op thema’s en biedt invalshoeken die relevant zijn voor de praktijk van klinisch psychologen in Vlaanderen.

Maar wat houden deontologie en beroepsethiek precies in, en wat is het verschil tussen beide? En hoe verhouden ze zich tot ethiek in algemene zin en tot het recht? Ethiek is een kritische en methodische reflectie op wat goed, waardevol of verantwoord is in het menselijk handelen. Deze reflectie is gebaseerd op principes, waarden, deugden en dialoog. Ze is niet vrijblijvend, maar wel vrijwillig.

Het recht gaat ook uit van principes en formuleert op basis daarvan wetten die normen en gedragsregels voor het menselijk handelen voorschrijven, zodat er in de samenleving orde, veiligheid en rechtvaardigheid heersen. Een belangrijk verschil met ethiek is dat de voorschriften afdwingbaar zijn en dat er sancties staan op het overtreden van de regels.

Beroepsethiek of professionele ethiek is een toegepaste vorm van ethiek. Het gaat om een kritische en methodische reflectie op de praktijk van een specifieke beroepsgroep, zoals klinisch psychologen, en is dus ook gebaseerd op principes en waarden, deugden en dialoog. Net als ethiek in het algemeen kan beroepsethiek niet worden afgedwongen.

Deontologie is een complex begrip. In de eerste plaats verwijst het naar een stroming binnen de ethiek die de nadruk legt op de kwaliteiten van de handeling zelf, en minder op de gevolgen of motieven. Deontologie verwijst echter in de tweede plaats naar beroepsethiek. Deontologie is in deze zin een specifieke vorm of onderdeel van de beroepsethiek die normen en gedragsregels voor de beroepsuitoefening voorschrijft. Dit is vastgelegd in een ethische code. Hier neigt deontologie naar de juridische manier van denken. De regels van de code zijn nauwkeurig omschreven en zijn niet vrijblijvend. Ze zijn afdwingbaar binnen het beroep. Een deontologische commissie, zoals de Psychologencommissie, stelt de regels van de code op, ziet toe op de naleving ervan, behandelt klachten, zet bemiddeling in gang en kan sancties opleggen. Bovendien is de ethische code voor psychologen vastgelegd in een koninklijk besluit, wat het juridische karakter en de bindende kracht ervan versterkt.

Beroepsethiek en deontologie worden vaak door elkaar gebruikt, maar beroepsethiek heeft in feite een bredere reikwijdte dan deontologie. Dat is een goede zaak: niet alles kan worden vastgelegd in gedragsregels, en niet elk soort gedrag hoeft te worden gecontroleerd. Beroepsethiek omvat deontologie in de vorm van een code, maar biedt een breder ethisch denkkader over het professioneel gedrag van klinisch psychologen. Beroepsethiek is een breed vakgebied en kan verschillende invalshoeken omvatten.

Deze breedte komt tot uiting in de verscheidenheid aan artikels in dit themanummer: ze hebben een meer algemeen ethisch karakter, of staan dichter bij de deontologische code, of verwijzen sterk naar het recht, of zijn duidelijk beïnvloed door een psychologische stroming, of bevatten een combinatie van deze accenten. Dit is de rijkdom van dit themanummer.

Het nummer begint met twee meer algemene artikels. In het eerste reflecteert Karel De Witte op de deontologische code en blikt hij terug op twintig jaar intensieve betrokkenheid bij ethiek en deontologie van psychologen. Axel Liégeois houdt een pleidooi voor moreel beraad als een methode voor ethische reflectie die klinisch psychologen in staat stelt om zelf na te denken over concrete vragen of casussen.

Dan volgen twee artikels over het delen van informatie. Carl Defreyne, Marie Jenet en Lauren Van den Berghe zoeken naar een evenwicht tussen vertrouwen en samenwerking wanneer huisartsen en klinisch psychologen informatie uitwisselen. Reitske Meganck ziet een spanningsveld tussen spreken en zwijgen wanneer psychologen klinische casussen presenteren in het kader van kennisontwikkeling. Haar benadering is gebaseerd op een psychoanalytische geïnspireerde ethiek die ook de volgende twee auteurs toepassen. Evi Verbeke stelt dat dwang niet louter verbonden is met specifieke maatregelen, maar met de manier waarop hulpverleners omgaan met onzekerheid, macht en de vraag wat goede zorg is. Abe Geldhof analyseert vier argumenten die de complexe klinische realiteit van euthanasie bij psychisch lijden te sterk vereenvoudigen en pleit voor aanwezigheid, terughoudendheid en relationele verantwoordelijkheid.

Ten slotte stelt Mia Leijssen dat normen en regels te weinig houvast bieden en adviseert om het professioneel handelen te baseren op specifieke vormen van liefde, met aandacht voor de fysieke, sociale, psychische en spirituele aspecten van het menselijk bestaan.

Axel Liégeois, ethicus en emeritus hoogleraar KU Leuven