Inleiding
Traumatische ervaringen komen veel voor: recent onderzoek schat dat 81,5% van de Nederlanders er tijdens hun leven minstens één meemaakt (Hoeboer et al., 2025). De in Nederland meest voorkomende traumatische ervaringen betreffen verkeers- en arbeidsongevallen, seksueel geweld en fysieke mishandeling (Hoeboer et al., 2025). De meeste mensen ervaren na een dergelijke gebeurtenis een korte periode van milde tot matige psychische klachten, maar functioneren relatief snel weer zoals voorheen (Bonanno, 2008). Op basis van Nederlandse cijfers wordt geschat dat circa 13% echter een posttraumatische stressstoornis (PTSS) ontwikkelt (Hoeboer et al., 2025).
Een van de levensgebieden waarop PTSS veel invloed kan hebben, is het ouderschap. Studies laten zien dat PTSS-symptomen van ouders samenhangen met internaliserende en externaliserende symptomen bij hun kinderen (El-Khalil et al., 2025; Lambert et al., 2014). Kortom, negatieve consequenties van traumatische ervaringen kunnen zich over de generaties heen uitstrekken. Twee mogelijke vormen van preventie van intergenerationele overdracht van trauma zijn traumaverwerkende therapie en het versterken van opvoedvaardigheden. Dit artikel bespreekt de evidentie voor beide vormen en doet suggesties om het ouderschap te integreren in de behandeling van ouders die traumatische ervaringen hebben meegemaakt.
