Inleiding
Klinisch psychologen worden in hun praktijk geconfronteerd met veel ethische vragen. Soms vinden ze snel een antwoord vanuit hun morele intuïtie. Soms leidt een vraag tot ‘morele stress’ als ze niet weten hoe ze het beste met een bepaalde kwestie kunnen omgaan of als omstandigheden hen verhinderen om te doen wat zij als goed beschouwen. In die situaties kunnen psychologen zoeken naar intercollegiale toetsing of intervisie, maar ze kunnen ook een beroep doen op specifieke ethische ondersteuning. Om het concreet te maken, beginnen we met een casus.
Marc vertelt aan zijn psychologe Marie over het seksueel misbruik in zijn kinderjaren. Zij meent dat hij dit misbruik nog niet heeft verwerkt en maakt zich grote zorgen over zijn houding tegenover zijn zoontje. Daarom wil ze dat Marc zijn vrouw over het misbruik vertelt, zodat ze alert kan zijn op zijn gedrag en zo nodig kan ingrijpen. Marc vindt echter dat het misbruik hem niet meer raakt en wil niet dat zijn vrouw hiervan op de hoogte is.
Hoe kan de psychologe omgaan met de spanning tussen haar moreel aanvoelen en de wil van haar cliënt? Ze kan zoeken naar ethische ondersteuning, zoals ethische advisering of ‘moreel beraad’ (Liégeois, 2024).
