Ga naar de inhoud

News

Andersheid als norm voor goede zorg?

 

 

 

 

 

 

Diversiteit: psychoanalytische beschouwingen
Psychoanalytisch Actueel, nr. 34

Van Dongen, B., Bakker, A., & Doeven, M. (Red.) (2023)
Antwerpen/’s-Hertogenbosch: Gompel&Svacina

In 2009 verscheen in de reeks Psychoanalytisch Actueel een uitgave over transculturele psychoanalyse (Thys & Gomperts, 2009). Verschillende (psychoanalytische) auteurs beschreven hierin de wijze waarop zij in hun praktijk in contact proberen te komen met het psychisch lijden van cultureel anderen.

In dezelfde reeks is opnieuw een nummer verschenen waar het thema cultuur en psychoanalyse onder de loep wordt genomen. Het bundelt de lezingen van het eerste lustrumsymposium van de Nederlandse Psychoanalytische Vereniging (NPaV). Deze keer ligt het accent vooral op diversiteit. Het centrale thema dat in dit boek behandeld wordt, is de vraag: waarom heeft de mensheid zoveel moeite met het verdragen van verschillen? Waarom heeft de mens zoveel moeite zich te verhouden tot het vreemde? Wat heeft de hedendaagse psychoanalyse te zeggen over variaties in seksuele geaardheid en gender? Met welke uitdagingen krijgt de psychoanalytisch psychotherapeut te maken bij de behandeling van mensen met een migratieachtergrond?

Je moet ingelogd zijn om de rest van de inhoud te bekijken. Alsjeblieft . Geen lid? Join Us

Jonge overlevers, de kracht van een traumasensitieve behandeling voor pleeg- en adoptiekinderen en hun gezin

Psychotherapie bij complex trauma: werken met kind, ouders en contextVliegen, N. , Tang, E., Midgley, N., Luyten, P. & Fonagy, P. (2024)Pelckmans

Weer een boek over trauma, zie ik de lezer denken. Traumagerelateerde literatuur, trainingen, podcasts enzovoort schieten als paddenstoelen uit de grond. Niet alleen onze boekenkasten, maar ook onze online winkelmandjes puilen uit van interessante werken die strijden om onze aandacht. Kan dit boek tussen alle vakliteratuur het verschil maken? Overal ter wereld zijn hulpverleners en gedragswetenschappers op zoek naar manieren om getraumatiseerde cliënten te ondersteunen bij de donkere golven die hen blijven overspoelen. Complex trauma verwijst naar de diepe sporen in de ontwikkeling van een kind en in de relatie met gehechtheidsfiguren als gevolg van ernstige, negatieve ervaringen vóór de leeftijd van zeven tot negen jaar. De zorgcontext was een bron van angst, onvoorspelbaarheid of dreiging, er was een tekort aan zorg, stimulatie, afstemming of liefde. Het gaat om situaties van ernstige mishandeling, seksueel misbruik of verwaarlozing. Vaak draagt het lichaam de herinnering aan deze ervaringen, waar de persoon zich bewust of onbewust van is. De behandeling van deze ingewikkelde problematiek vereist een combinatie van actuele wetenschappelijke inzichten en jarenlange praktijkervaring. Dat is precies wat dit boek te bieden heeft: een hedendaagse kijk op complex trauma aangevuld met een behandelplan gericht op pleeg- en adoptiekinderen.

Je moet ingelogd zijn om de rest van de inhoud te bekijken. Alsjeblieft . Geen lid? Join Us

Psychodiagnostiek tussen staalboek en rijke verhalen

 

 

 

 

 

 

Handboek psychodynamische diagnostiek: formulering, nosografie, toepassing
Hebbrecht, M. (2024)

Antwerpen/’s-Hertogenbosch: Gompel&Svacina

 

Steunend op een lange carrière als psychiater, psychoanalyticus, psychotherapeut en opleider in deze domeinen, brengt Marc Hebbrecht zijn wetenschappelijke kennis evenals zijn praktische inzichten in dit lijvige boek samen. Het doel is een globaal overzicht te bieden van een hedendaagse (psychodynamisch georiënteerde) psychodiagnostiek die breed aanvaard kan worden en die praktisch bruikbaar is bij het organiseren van behandelingen (individueel, in groep, ambulant en/of residentieel). Een heel ambitieuze opzet. Een kamikazeopdracht? Er zijn inderdaad heel wat klippen te omzeilen en inzichten allerhande met elkaar te verbinden, dan wel te verzoenen. De psychodynamische richting kenmerkt zich niet door eenheidsdenken. Ze bevat meer dan één school, tendens, traditie of ‘waarheid’, dat is algemeen bekend; het is een sterkte en tegelijk de achilleshiel van deze denkrichting in de psychologie en de psychiatrie.

Je moet ingelogd zijn om de rest van de inhoud te bekijken. Alsjeblieft . Geen lid? Join Us

‘Hoge angst’ tijdens zwangerschap

Langdurig onderzoek laat subtiele hersenverschillen en blijvende effecten op verbale kennis zien

 

Samenvatting van het artikel:

Van den Bergh, B.R.H., Sleurs, C., Geusens, B., Emsell, L., Sunaert, S., & Billiet, T. (2025). White matter microstructure and cognitive abilities in 28-year-old offspring prenatally exposed to maternal anxiety: A prospective, exploratory multimodal brain imaging study. Brain and Cognition, 188, Article 106319. https://doi.org/10.1016/j.bandc.2025.106319

Reproduced with permission from Elsevier Inc, date: May 30, 2025

Je moet ingelogd zijn om de rest van de inhoud te bekijken. Alsjeblieft . Geen lid? Join Us

De onbegrepen wereld van mensen met een ernstige verstandelijke beperking

Mentaliseren als hoeksteen van de zorg

 

Inleiding

Mensen met een ernstige of diepe1 verstandelijke beperking – met een IQ beneden 40 – vormen een kleine subgroep van ongeveer 10% binnen de totale groep met een verstandelijke beperking (Morinaga et al., 2024). Ze kunnen niet of slechts in beperkte mate praten en zijn voor alle dagelijkse zelfzorg op hulp van anderen aangewezen. Als volwassenen bereiken ze een ontwikkelingsleeftijd variërend van enkele maanden tot drie à vier jaar. Hoewel deze mensen op hetzelfde ontwikkelingsniveau functioneren als baby’s en peuters, is de vergelijking misleidend: hun leertempo en leervermogen liggen immers vele malen lager dan dat van een zich normaal ontwikkelend kind.

Ernstig verstandelijk beperkte mensen kunnen uiteraard niet logisch of abstract denken. Lastiger te begrijpen is hun preconceptueel denken. Ze groeperen gelijkaardige waarnemingen niet in concepten met een stabiele, algemene en door anderen gedeelde betekenis (bijvoorbeeld ‘fiets’), maar in zogenaamde preconcepten: idiosyncratische inhouden waarvan de betekenis kan wisselen en die vaak verwijzen naar een in het oog springend kenmerk van één voorwerp (bijvoorbeeld ‘rije rije’ = mijn groene driewieler) in plaats van naar een hele klasse van voorwerpen. Hoe de subgroep met een diepe verstandelijke beperking denkt, kunnen we ons nog moeilijker voorstellen. Hun sensomotorische denken beperkt zich tot het vormen van mentale voorstellingen van wat ze hier en nu doen of waarnemen. Zonder waarnemen en handelen is er bij hen dus ook geen denken.

Deze mensen vormen een uiterst kwetsbare groep. Ernstige verstandelijke beperkingen worden veroorzaakt door (aangeboren of perinataal verworven) veralgemeende hersenbeschadiging. Naast de verstandelijke beperking is er hierdoor vaak een cluster van ontwikkelingsstoornissen en lichamelijke aandoeningen aanwezig (Arvio & Sillanpää, 2003). Vooral motorische beperkingen (cerebrale parese), autisme, visuele beperkingen, epilepsie, constipatie en reflux komen vaak voor, maar in elk orgaansysteem kunnen er afwijkingen optreden. Ondanks alle aandacht voor inclusie maken deze mensen geen deel uit van onze samenleving. Ze leven letterlijk in het verborgene: voorzieningen voor deze groep bevinden zich vaak in mooie parken buiten de stads- of dorpskern.

De zorg voor deze mensen staat onder druk. Voorzieningen hebben de grootste moeite om voldoende begeleiders te vinden en te behouden. Dit werk stelt dan ook hoge eisen aan begeleiders:

  • De verzorgingstaken zijn fysiek belastend: vaak is er bij alle basale activiteiten, zoals lichamelijke verzorging, hulp nodig.
  • Om zich emotioneel veilig te voelen moet er haast continu iemand in hun nabijheid zijn. Momenten van ontregeling met soms ernstige agressie zijn onvermijdelijk en belasten het stresssysteem van begeleiders.
  • Sommige begeleiders vinden het moeilijk om affectief te blijven investeren in een gehechtheidsband met mensen die niet altijd wederkerig op hun contactpogingen reageren.
  • En ten slotte kan de confrontatie met het lijden van deze mensen (bijvoorbeeld bij ontreddering of pijn) en de vraag naar de zin hiervan ook op een existentieel niveau begeleiders afschrikken.

In dit artikel reflecteer ik over de vraag hoe begeleiders kwaliteitsvolle zorg kunnen (blijven) bieden aan deze mensen.

Je moet ingelogd zijn om de rest van de inhoud te bekijken. Alsjeblieft . Geen lid? Join Us

Dialectische Gedragstherapie (DGT) als houvast wanneer het stormt

Inleiding

In het verleden werden cliënten met een borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS) beschouwd als moeilijk en relatief onbehandelbaar. Ze kwamen terecht in residentiële settings en werden vaak als draaideurpatiënten bestempeld. Met de ontwikkeling van de Dialectische Gedragstherapie (DGT) heeft Marsha Linehan in de jaren 1980 dan ook een antwoord willen bieden op het behandelaanbod dat op dat moment ontoereikend bleek voor mensen met chronische suïcidaliteit en BPS. Voor die populatie ontwikkelde ze een gestructureerd en geprotocolleerd ambulant behandelprogramma (Linehan, 1993/2002).

Eind jaren 1990 maakten enkele Vlaamse psychiaters de vertaalslag naar een residentiële psychiatrische context. Zo ontstond in 1998 binnen het Universitair Psychiatrisch Centrum (UPC) Duffel (toen nog Psychiatrisch Centrum Sint-Norbertushuis) de DGT-afdeling Spinnaker. De opleiding gebeurde via Dialexis door Wies Van Den Bosch. Geleidelijk werden de teams van de residentiële afdelingen en later ook van de dagbehandeling opgeleid in DGT.

Vandaag worden jaarlijks honderden cliënten uit heel Vlaanderen, maar vooral uit de eigen regio, geholpen in het zorgprogramma Persoonlijkheid, dat bestaat uit drie afdelingen:

  • Spinnaker 1: dertig residentiële plaatsen, kortdurend, laagdrempelig programma van dertien weken met het accent op DGT voor destructieve coping;
  • Spinnaker 2: dertig residentiële plaatsen, met DGT voor complex trauma, waar na een commitmentfase van vijf weken bekeken wordt of de focus tijdens de modulefase (zeventien weken) op het basis-DGT-protocol gelegd moet worden of dat aanvulling met PTSS-behandeling wenselijk is;
  • Spinnaker 3: dertig plaatsen voor dagbehandeling, met standaard-DGT-behandeling.

De drie afdelingen werken samen, maar cliënten kunnen rechtstreeks voor dagbehandeling aangemeld worden en hoeven niet eerst residentiële behandeling te volgen.

Jaarlijks wordt in het UPC Duffel een tiendaagse intensieve DGT-opleiding georganiseerd, onder andere gericht op ambulante therapeuten en coaches.

In deze bijdrage focussen we op die aspecten uit het DGT-kader die ons relevant lijken voor de brede klinische praktijk, dus ruimer dan specifieke DGT-behandelafdelingen. Aangezien de meerderheid van onze cliënten vrouwelijk is, gebruiken we ‘zij’.

Je moet ingelogd zijn om de rest van de inhoud te bekijken. Alsjeblieft . Geen lid? Join Us

Podcasts voor klinisch psychologen: achtergrond en aanbod

Inleiding

Wonen in landen met veel fileleed, heeft naast nadelen ook een belangrijk voordeel: het biedt ideale kansen om naar podcasts te luisteren. De afgelopen jaren luisterden ongeveer zes op de tien Vlamingen en vijf op de tien Nederlanders naar een podcast (De Marez et al., 2024; Van Leenders & Ćorović, 2025). De hoeveelheid podcasts over mentale gezondheid, psychologie en psychiatrie is intussen ook sterk gestegen.

We mogen dan wel steeds meer naar podcasts luisteren, onderzoek naar het gebruik ervan binnen de klinische psychologie is momenteel nog beperkt. Er is wat literatuur binnen medische contexten die aangeeft dat artsen in toenemende mate informatie verwerven via het gebruik van podcasts (Hanafi et al., 2022). Verder gaf een scoping review van elf studies (Amador et al., 2024) aan dat podcasts van meerwaarde kunnen zijn bij gedragsverandering, gezondheidspromotie en sociale interactie. Hierdoor kunnen ze voor cliënten autonomiebevorderend zijn op het vlak van welzijn en kwaliteit van leven. Een andere scoping review vond in totaal twintig studies waarbij de werkzaamheid van podcasts ook experimenteel (met minstens een pre- en postmeting) werd onderzocht. Meditatie en mindfulness, (psycho-)educatieve inhoud en verhalen van ervaringsdeskundigen kwamen het meest voor. De effecten die men vond waren overwegend positief, maar heel divers en afhankelijk van de doelstelling van elke podcast. Zo was er sprake van verhoogde zelfcompassie, verminderde stress, positieve effecten op de perceptie van ouderschap of het eigen lichaam en minder stigma ten aanzien van mensen met psychische problemen. Door het kleine aantal, diverse studies blijft het echter belangrijk om voorzichtig te zijn en geen al te grote conclusies te trekken (Carrotte et al., 2025).

Toch lijken podcasts wel enig potentieel te hebben op het vlak van mental health literacy, kennis over mentale gezondheid. Dit effect van podcasts was het sterkst bij luisteraars met minder opleiding en kennis van psychische problemen (Ó Caoilte et al., 2023). Verder wees kwalitatief onderzoek naar de ervaringen met podcasts over mentaal welzijn uit dat voordelen ervaren worden op het vlak van toegankelijkheid, kennis over mentaal welzijn, potentiële risico’s, geruststelling en het horen van ervaringsdeskundigen (Ó Caoilte et al., 2024). Gezien deze voordelen is het weinig verrassend dat er een sterke toename is van het aantal luisteraars naar podcasts over mentaal welzijn en dat ook het aanbod alsmaar toeneemt. Daarnaast kunnen podcasts, als alternatief voor boeken, aangeraden worden aan patiënten of ouders van patiënten: ze kunnen zowel dienen als bron van informatie, als om herkenning te vinden rond bepaalde thema’s.

Luisteren naar podcasts lijkt niettemin ook nadelen met zich mee te kunnen brengen: bij podcasts van technisch slechte kwaliteit haken luisteraars al snel af en belangrijker, niet alle podcasts verstrekken correcte informatie (Ó Caoilte et al., 2024).

Voornamelijk omwille van dit laatste willen we klinisch psychologen enig inzicht bieden in relevante Nederlands- en Engelstalige podcasts in hun professionele domein. Naast het feit dat ze persoonlijk en/of professioneel verrijkend kunnen zijn, willen we ook inzicht bieden in het materiaal waar cliënten mogelijk mee in aanraking kunnen komen, of wat men eventueel aan cliënten kan aanraden. Podcasts zijn er in veel verschillende maten en soorten, en kunnen heel wat functies vervullen. Om het wat overzichtelijk te maken, verdelen we de veelheid aan podcasts in twee (arbitraire) categorieën: podcasts met een focus op wetenschappelijke inzichten binnen de (klinische) psychologie en podcasts met een focus op psychologie en mentaal welzijn voor het algemene publiek. Binnen deze laatste categorie onderscheiden we een aantal subcategorieën: podcasts die zich richten op psycho-educatie, op het delen van ervaringsdeskundigheid en die livesessies als uitgangspunt hebben. Bij beide hoofdcategorieën geven we kort duiding, om vervolgens een aantal kwalitatieve en goed geproduceerde podcasts uit te lichten. Naast een korte bespreking van de inhoud en eventuele aandachtspunten rond de kwaliteit van elke podcast, geven we ook informatie over de voertaal en de gemiddelde duur van een aflevering.

Je moet ingelogd zijn om de rest van de inhoud te bekijken. Alsjeblieft . Geen lid? Join Us

Nieuwe epidemiologische data over PTSS als basis voor gerichte preventie

Inleiding

Als mensen worden blootgesteld aan levensbedreigende gebeurtenissen, ernstig letsel of seksueel geweld, kan dit leiden tot psychische stoornissen, zoals een posttraumatische stressstoornis (PTSS); wereldwijd een van de meest voorkomende psychische aandoeningen die gepaard gaat met aanzienlijke ziektelast en maatschappelijke kosten (Kessler et al., 2017). Zonder professionele hulp kan de stoornis jarenlang of zelfs levenslang aanhouden (Karchoud et al., 2024). Vroege herkenning en (preventieve) interventies zijn dan ook van belang.

Het risico om PTSS te ontwikkelen kan op twee manieren worden verkleind. Allereerst door het minimaliseren van blootstelling aan potentieel traumatische gebeurtenissen (PTG), voor zover dat mogelijk is – het leven is immers deels onvoorspelbaar. Afhankelijk van het ‘type gebeurtenis’ zijn er uiteenlopende manieren om blootstelling te beperken. Denk aan maatregelen die wapenen tegen klimaatrampen zoals overstromingen, het dragen van een autogordel ter voorkoming van ernstig letsel, of het veiliger maken van situaties waarin fysiek en seksueel geweld kan plaatsvinden. Hoewel veel van deze factoren lastig te beïnvloeden zijn, is dit wel degelijk mogelijk. Daarbij is het van belang er rekening mee te houden dat niet iedereen evenveel kans heeft op blootstelling aan PTG. Deze gebeurtenissen vinden niet volledig willekeurig plaats, ze worden beïnvloed door individuele kenmerken zoals geslacht, beroep, culturele achtergrond, leeftijd en maatschappelijke factoren (Cook et al., 2025). Een politieagent loopt bijvoorbeeld beroepsmatig meer risico op blootstelling aan geweld dan een bakker.

Je moet ingelogd zijn om de rest van de inhoud te bekijken. Alsjeblieft . Geen lid? Join Us

Reflecties op deontologische uitdagingen tijdens het opleiden van hulpverleners

Inleiding

Op 28 september 2023 werden Rotterdam en het Erasmusziekenhuis opgeschrikt door een drievoudige moord. De zogenaamde Erasmusschutter, Fouad L., schoot op die dag zijn buurvrouw Marloes (39), haar dochter Romy (14) en Jurgen Damen (43), huisarts en docent aan het Erasmus MC, dood. Naar verluidt waren wraakgevoelens naar docenten van het Erasmus MC, waar hij geneeskundestudent was, zijn motief. Vlak voor zijn afstuderen als arts nam de politie contact op met de universiteit vanwege veelvuldig psychisch ontregeld gedrag in de thuissituatie waarover de buurvrouw contact met de politie gezocht had. Door de universiteit werd vervolgens besloten dat L. eerst psychisch onderzocht moest worden vooraleer hem het diploma uit te reiken. Hij was daarover dermate ontstemd dat hij vervolgens de drie moorden pleegde. Naast een autismespectrumstoornis bleek L. ook een dissociatieve stoornis te hebben. Dat verklaarde volgens deskundigen van het Pieter Baan Centrum1 waarom hij sprak over onderhandelingen met zichzelf over het precieze plan voor de moorden. Hij gaf hierover aan een ‘interne monoloog’ te voeren. Op 21 februari 2025 werd Fouad L. tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld.

Iedereen die mensen in opleiding tot arts, psycholoog of psychologisch consulent begeleidt, komt in de loop van de tijd weleens iemand tegen waarbij ernstige twijfels ontstaan of degene wel de juiste psychische gesteldheid heeft om een goede arts of psychologisch hulpverlener te worden. Onder opleiding psychologie verstaan we hier zowel de opleiding aan een hogeschool als aan een universiteit. De persoon voldoet dan wel aan de formele eisen en heeft alle examens gehaald, maar bij de begeleider ontstaat toch de overtuiging, noem het een buikgevoel, dat de persoon niet geschikt is om het vak uit te oefenen. Soms is het duidelijk, omdat iemand opvallend, vreemd en zelfs pathologisch gedrag vertoont, maar soms is het niet zo duidelijk zichtbaar, terwijl het toch erg zorgelijk aanvoelt. De vraag is in hoeverre dat gevoel mag en kan meewegen in de eindbeoordeling en of dit ertoe kan leiden dat iemand geen diploma uitgereikt krijgt.

Je moet ingelogd zijn om de rest van de inhoud te bekijken. Alsjeblieft . Geen lid? Join Us