Ga naar de inhoud

News

Wanneer trauma het verhaal van een kind breekt

Geraakt door levensverhalen van kinderen met complex trauma: een inkijk in het werk van kinderpsychotherapeuten
Vliegen, N. (2025)
Pelckmans

 

Nicole Vliegen heeft met Geraakt door levensverhalen van kinderen met complex trauma een boek geschreven dat je niet ‘even’ leest, maar dat je eerder binnenlaat. Het is een werk dat tegelijk professioneel en menselijk wil zijn: een gids voor wie met kinderen werkt die vroeg en langdurig beschadigd raakten, én een uitnodiging om te blijven voelen wat die verhalen met je doen. De titel is daarin programmatisch. Je wordt als lezer niet alleen geïnformeerd, maar ook aangesproken in je betrokkenheid. Dat is meteen de grootste verdienste van het boek: het weigert de afstandelijke toon die in hulpverleningsliteratuur soms als bescherming fungeert, en kiest expliciet voor nabijheid – zonder naïef te worden.

Je moet ingelogd zijn om de rest van de inhoud te bekijken. Alsjeblieft . Geen lid? Join Us

Liefde en bewustwording als fundamenten van ethisch handelen

Inleiding

Terugkijkend op meer dan vijftig jaar praktijk merk ik dat de regelgeving in de beroepsethiek zich heeft uitgebreid. Het weerspiegelt zorg voor duidelijkheid omtrent gewenst en ontoelaatbaar professioneel handelen. Verantwoorde keuzes in een specifieke situatie gaan gepaard met afwegen van regels en wetten. Bij professionele dilemma’s vragen collega’s vaak om mijn supervisie als (voormalig) docent beroepsethiek.1 Dat motiveert mij om te zoeken naar een bodem waarin goed handelen zich kan wortelen en ontwikkelen. Zo kom ik uit bij liefde. Daarbij is bewustwording en uitzuivering van persoonlijke gevoeligheden noodzakelijk.

Aan de hand van twee casussen2 maak ik abstracte principes concreter.

Je moet ingelogd zijn om de rest van de inhoud te bekijken. Alsjeblieft . Geen lid? Join Us

Vier problematische argumenten in de discussie over euthanasie bij psychisch lijden

Inleiding

In het debat over euthanasie bij psychisch lijden als gevolg van een ernstige psychische of psychiatrische aandoening circuleren een aantal hardnekkige vanzelfsprekendheden. Ze worden doorgaans gepresenteerd als humane inzichten en als evidenties die het ongemak dat deze praktijk onvermijdelijk oproept moeten neutraliseren. Het gaat om formules die zo vaak herhaald zijn dat ze hun statuut van veronderstelling hebben verloren en daardoor vaak als onbetwijfelbare waarheden gaan functioneren. Precies daarin schuilt hun problematisch karakter. Ze verhullen meer dan ze verhelderen en verhinderen een ernstige reflectie over wat er in de klinische praktijk werkelijk op het spel staat.

In dit artikel bespreek ik vier van deze argumenten. Niet om ze polemisch te ontmaskeren, maar om te laten zien hoe ze volgens mij het denken vernauwen en de klinische complexiteit reduceren. Elk argument functioneert als een soort afsluitmechanisme: het sluit vragen af die eigenlijk opengehouden zouden moeten worden. Het zijn geen onschuldige misverstanden, maar discursieve knopen waarin ethiek, kliniek en ideologie op een ongemakkelijke manier samenkomen. In mijn boek Dood op verzoek: bestaat de psychiatrie nog wanneer ze euthanasie toelaat? heb ik deze argumenten vanuit nog een andere invalshoek besproken en ben ik ook uitgebreider ingegaan op de context waarin het euthanasie als discours vorm kreeg (Geldhof, 2021). Hier beperk ik mij ertoe enkel deze terugkerende argumenten onder de loep te nemen om van daaruit een ander ethisch kader te formuleren dat volgens mij veel meer recht doet aan de kliniek.

Ik wil benadrukken dat mijn redenering enkel opgaat voor euthanasie bij psychisch lijden als gevolg van een ernstige psychische of psychiatrische aandoening. Fysiek lijden betreft een volstrekt andere logica en daar wens ik hier dan ook geen uitspraken over te doen.

 

Je moet ingelogd zijn om de rest van de inhoud te bekijken. Alsjeblieft . Geen lid? Join Us

Minder dwang?

Over ethiek, onzekerheid en macht in de geestelijke gezondheidszorg

Inleiding

In de hedendaagse geestelijke gezondheidszorg (ggz) zijn dwang en vrijheidsbeperking gecontesteerde onderwerpen (Berring et al., 2024; Whittington et al., 2023). Onderzoek wijst uit dat maatregelen zoals een gedwongen opname, isolatie en fixatie patiënten schade kunnen toebrengen en weinig veiligheid bieden (Cusack et al., 2018; Kontio et al., 2012; Wilson et al., 2017). Daarnaast komt er de laatste jaren steeds meer kritiek op zogenaamde ‘informele’ dwang. Denk aan het moeten volgen van regels, een verplicht therapieprogramma of dreigen met ontslag als men het programma niet volgt. Mensen met ervaring verklaren dat dit verkleuterend aanvoelt en soms even nefast is als de klassieke vormen van dwang (Larsen & Terkelsen, 2014; Norvoll & Pedersen, 2016).

Ook hulpverleners worstelen met vragen rond dwang. Wanneer is ingrijpen verantwoord? Op welke manier moeten we dit doen? Hoe vinden we houvast in richtlijnen? De laatste jaren staat het vraagstuk steeds vaker op de agenda. Mijns inziens is een reflectie over dwangreductie alleen zinvol als ethiek het uitgangspunt vormt en het dus geen technische kwestie is. Daarbij sta ik stil bij de manier waarop hulpverleners omgaan met onzekerheid, macht en de vraag wat goede zorg is.

Je moet ingelogd zijn om de rest van de inhoud te bekijken. Alsjeblieft . Geen lid? Join Us

De klinische casus als complex geval: spreken en schrijven over wat geheim moet blijven

Inleiding

De praktijk van de klinische psychologie en psychotherapie speelt zich af in het spanningsveld tussen spreken en zwijgen. Mensen doen een beroep op een psycholoog omdat er dingen zijn die zij elders niet kunnen of durven uitspreken: ervaringen die te pijnlijk, te beschamend, te verwarrend of te intiem zijn om zonder meer te delen. Een fundamentele voorwaarde voor het psychologisch werk is dan ook dat wat in de behandelkamer wordt gezegd, daar kan blijven. Het beroepsgeheim vormt niet toevallig het eerste hoofdstuk van de deontologische code voor psychologen en is als enig ethisch principe expliciet verankerd in het strafrecht. Het is de hoeksteen van heel wat zorgberoepen en al sinds Hippocrates onderdeel van de eed die artsen afleggen. Toen al was duidelijk dat om het zorgberoep goed te kunnen uitoefenen de patiënt een veilige ruimte moet krijgen om datgene te benoemen wat hij in de publieke ruimte verborgen houdt. Opdat de patiënt kan spreken, dient de klinisch psycholoog, klinisch orthopedagoog, arts of andere zorgverlener te zwijgen tegenover derden.

Tegelijk is het spreken over klinisch werk onlosmakelijk verbonden met het beroep. Klinische kennis wordt niet uitsluitend opgebouwd via abstracte theorie of gestandaardiseerde effectiviteitsstudies, maar ook – en misschien wel in de eerste plaats – via casussen: concrete gevalsbeschrijvingen die laten zien hoe psychopathologie, therapeutische processen en relationele dynamieken zich in de klinische situatie ontvouwen. Casuspresentaties vormen een essentieel onderdeel van opleiding, supervisie, intervisie, congressen en wetenschappelijke publicaties. Zonder klinisch materiaal dreigen de klinische psychologie en psychotherapie steriel te worden en de aansluiting bij de praktijk te verliezen.

Hier tekent zich een fundamenteel spanningsveld af. Hoe kunnen psychologen spreken en schrijven over hun klinisch werk zonder het vertrouwen te ondergraven waarop dat werk rust? Onder welke voorwaarden is het verantwoord om casussen te presenteren in een onderwijscontext, op een congres of in een tijdschrift? Volstaan anonimisering en geïnformeerde toestemming om de privacy van cliënten te beschermen, of schuilen er diepere ethische problemen achter deze ogenschijnlijk duidelijke oplossingen?

In dit artikel wordt betoogd dat het presenteren van klinische casussen geen louter technische of juridische kwestie is, maar een relationele en contextuele ethische praktijk. Anonimisering en toestemming zijn formele voorwaarden, maar bieden op zichzelf geen garantie tegen herkenning, schade of verstoring van het therapeutisch proces. Het spreken over casussen vraagt een voortdurende reflectie op macht, representatie, temporaliteit en verantwoordelijkheid – een reflectie die niet kan worden herleid tot het afvinken van deontologische regels.

Je moet ingelogd zijn om de rest van de inhoud te bekijken. Alsjeblieft . Geen lid? Join Us

Het evenwicht tussen vertrouwelijkheid en multidisciplinaire samenwerking

Informatie-uitwisseling tussen psychologen en artsen

Inleiding

Ondanks de erkenning van de klinisch psycholoog als autonoom gezondheidszorgberoep in de wet betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen (WUG; Kanselarij van de Eerste Minister, 2015), blijft er een hardnekkige perceptiekloof bestaan die in de praktijk een hiërarchische ondergeschiktheid aan de arts suggereert. Dit artikel onderzoekt deze specifieke spanning binnen de multidisciplinaire samenwerking met huisartsen – een samenwerkingsvorm waarin zowel de psycholoog als de arts hun eigen methodes, perspectief en verantwoordelijkheid behouden en vanuit hun eigen invalshoek en professionele expertise een bijdrage leveren. De focus ligt daarbij op de informatie-uitwisseling en het beroepsgeheim.

Je moet ingelogd zijn om de rest van de inhoud te bekijken. Alsjeblieft . Geen lid? Join Us

Methodes voor moreel beraad

Inleiding

Klinisch psychologen worden in hun praktijk geconfronteerd met veel ethische vragen. Soms vinden ze snel een antwoord vanuit hun morele intuïtie. Soms leidt een vraag tot ‘morele stress’ als ze niet weten hoe ze het beste met een bepaalde kwestie kunnen omgaan of als omstandigheden hen verhinderen om te doen wat zij als goed beschouwen. In die situaties kunnen psychologen zoeken naar intercollegiale toetsing of intervisie, maar ze kunnen ook een beroep doen op specifieke ethische ondersteuning. Om het concreet te maken, beginnen we met een casus.

Marc vertelt aan zijn psychologe Marie over het seksueel misbruik in zijn kinderjaren. Zij meent dat hij dit misbruik nog niet heeft verwerkt en maakt zich grote zorgen over zijn houding tegenover zijn zoontje. Daarom wil ze dat Marc zijn vrouw over het misbruik vertelt, zodat ze alert kan zijn op zijn gedrag en zo nodig kan ingrijpen. Marc vindt echter dat het misbruik hem niet meer raakt en wil niet dat zijn vrouw hiervan op de hoogte is.

Hoe kan de psychologe omgaan met de spanning tussen haar moreel aanvoelen en de wil van haar cliënt? Ze kan zoeken naar ethische ondersteuning, zoals ethische advisering of ‘moreel beraad’ (Liégeois, 2024).

 

Je moet ingelogd zijn om de rest van de inhoud te bekijken. Alsjeblieft . Geen lid? Join Us

Reflecties na twintig jaar werken rond ethiek en deontologie

Inleiding

In dit artikel reflecteer ik over de laatste twintig jaar betrokkenheid bij ethiek en deontologie van psychologen. In 2004 werd ik gevraagd de cursus Beroepsethiek aan de KU Leuven over te nemen van collega Mia Leijssen. Voordeel was dat er al een degelijke cursus bestond, verschenen als boek, namelijk Gids beroepsethiek (Leijssen, 2005). In 2010 werd ik emeritus en werd ik aangezocht om voorzitter van de Belgische Federatie van Psychologen (BFP) te worden. Vanuit die functie raakte ik tevens betrokken bij de Psychologencommissie waarvan ik een aantal jaren secretaris was. Nadien was ik nog bestuurslid van de Vlaamse Vereniging voor Klinisch Psychologen (VVKP) en voorzitter van het Overlegplatform Ordes en Instituten van de Federatie van Vrije Beroepen. Op dit ogenblik draag ik geen enkele verantwoordelijkheid meer, noch bij verenigingen van psychologen, noch bij de Psychologencommissie. Dit biedt mij de ruimte om vrij te reflecteren over de afgelopen twintig jaren.

Dit is geen wetenschappelijk artikel. Begin 2026 leverden de zoektermen “deontology” en “psychologist” via Google Scholar 18.000 artikelen op. Er is dus zeker voldoende literatuur en onderzoek voorhanden over deontologie. Dit artikel is eerder een afscheidsbrief of een soort erfenis voor de volgende generatie op basis van mijn ervaringen. Als organisatiepsycholoog zal ik in deze bijdrage regelmatig theoretische kaders vanuit dat onderzoeksdomein gebruiken.

Je moet ingelogd zijn om de rest van de inhoud te bekijken. Alsjeblieft . Geen lid? Join Us

De zorgpocket als juridisch kompas voor de klinisch psycholoog

 

 

 

De zorgpocket: de juridische do’s en don’ts voor elke zorgprofessional
Buelens, J., & Lafaut, L. (2025)
Kalmthout: Pelckmans

 

De afgelopen jaren is de juridische positionering van de klinisch psycholoog binnen het Belgische zorglandschap ingrijpend veranderd. Vandaag zijn klinisch psychologen formeel erkend als gezondheidszorgbeoefenaars. Daarnaast is er een toenemende nadruk op patiëntenrechten, gegevensbescherming en kwaliteit van zorg, evenals groeiende aandacht voor aansprakelijkheid en toezicht. Deze elementen hebben het juridisch kader waarin zij functioneren aanzienlijk uitgebreid en complexer gemaakt. In die context positioneert De zorgpocket zich als een laagdrempelig naslagwerk dat zorgverleners wegwijs wil maken in de juridische regels die hun dagelijkse praktijk mede vormgeven.

Het boek, samengesteld door de in gezondheidsrecht gespecialiseerde advocaten Jellina Buelens en Liesbeth Lafaut, telt ongeveer vijfhonderd bladzijden, is verkrijgbaar bij Pelckmans voor 75 euro en richt zich expliciet tot een brede groep zorgprofessionals, waaronder klinisch psychologen. Die breedte is tegelijk een sterkte en een structurele beperking van het werk. De zorgpocket beoogt geen diepgravend juridisch handboek te zijn, maar een praktisch instrument dat snelle en begrijpelijke antwoorden biedt op concrete vragen uit de praktijk. Voor klinisch psychologen, die doorgaans geen juridische opleiding hebben genoten maar wel in toenemende mate geconfronteerd worden met juridische aansprakelijkheid en regelgeving, sluit deze insteek duidelijk aan bij een reële behoefte.

 

Lees verder »De zorgpocket als juridisch kompas voor de klinisch psycholoog