Ga naar de inhoud

News

De zorgpocket als juridisch kompas voor de klinisch psycholoog

 

 

 

De zorgpocket: de juridische do’s en don’ts voor elke zorgprofessional
Buelens, J., & Lafaut, L. (2025)
Kalmthout: Pelckmans

 

De afgelopen jaren is de juridische positionering van de klinisch psycholoog binnen het Belgische zorglandschap ingrijpend veranderd. Vandaag zijn klinisch psychologen formeel erkend als gezondheidszorgbeoefenaars. Daarnaast is er een toenemende nadruk op patiëntenrechten, gegevensbescherming en kwaliteit van zorg, evenals groeiende aandacht voor aansprakelijkheid en toezicht. Deze elementen hebben het juridisch kader waarin zij functioneren aanzienlijk uitgebreid en complexer gemaakt. In die context positioneert De zorgpocket zich als een laagdrempelig naslagwerk dat zorgverleners wegwijs wil maken in de juridische regels die hun dagelijkse praktijk mede vormgeven.

Het boek, samengesteld door de in gezondheidsrecht gespecialiseerde advocaten Jellina Buelens en Liesbeth Lafaut, telt ongeveer vijfhonderd bladzijden, is verkrijgbaar bij Pelckmans voor 75 euro en richt zich expliciet tot een brede groep zorgprofessionals, waaronder klinisch psychologen. Die breedte is tegelijk een sterkte en een structurele beperking van het werk. De zorgpocket beoogt geen diepgravend juridisch handboek te zijn, maar een praktisch instrument dat snelle en begrijpelijke antwoorden biedt op concrete vragen uit de praktijk. Voor klinisch psychologen, die doorgaans geen juridische opleiding hebben genoten maar wel in toenemende mate geconfronteerd worden met juridische aansprakelijkheid en regelgeving, sluit deze insteek duidelijk aan bij een reële behoefte.

 

Lees verder »De zorgpocket als juridisch kompas voor de klinisch psycholoog

Verslaving inzichtelijk gemaakt

 

 

 

 

Dopamine, verlangen en verslaving: werken aan herstel
Van Deun, P. (2024)
Kalmthout: Pelckmans

 

 

 

 

 

Verslaafd… Waarom jij wel en ik niet?
Dom, G. (2025)
Gent: Borgerhoff & Lamberigts

 

Inleiding

In 2019 overleden wereldwijd 7,7 miljoen mensen vroegtijdig aan de gevolgen van roken, 2,4 miljoen mensen door alcoholmisbruik en 550.700 mensen door drugsgebruik. Bij elkaar dus 10,7 miljoen mensen die in dat ene jaar vermijdbaar overleden aan de gevolgen van een verslaving. Dat is bijna de bevolking van België en vele malen meer dan het totaal aantal slachtoffers van alle oorlogen in dat jaar (Dom, 2025). En dan hebben we het nog maar over de mensen die overlijden aan de gevolgen van een verslaving; het aantal verslaafden is nog vele malen hoger. Los van het aantal mensen dat jaarlijks overlijdt – wat veel verdriet veroorzaakt – zorgt het gedrag van verslaafden ook voor veel leed en bezorgt het de maatschappij de nodige onrust en hoge kosten. Men kan natuurlijk stellen dat verslaafden zelf moeten weten wat ze zichzelf aandoen, maar dat laat onverlet dat de impact die hun verslaving op de samenleving heeft groot is. Stellen dat verslaafden dan maar moeten afkicken of simpelweg hun verslavende middelen links moeten laten liggen, is te kort door de bocht; nog los van het feit dat het laatste een vrijwel onmogelijke opgave is voor een verslaafde. Wat maakt verslavende middelen dan zo krachtig dat men er niet los van kan komen? Twee boeken – van Paul Van Deun en van Geert Dom – proberen antwoorden te geven op deze vraag.

 

Je moet ingelogd zijn om de rest van de inhoud te bekijken. Alsjeblieft . Geen lid? Join Us

Artificiële intelligentie en de klinisch psycholoog: zegen of vloek?

Samenvatting

Heeft artificiële intelligentie (AI) al een plaats in de klinische praktijk? Deze narratieve review biedt een beknopt inzicht in de ontstaansgeschiedenis en de benamingen van AI en de wetgeving rond deze technologie. We staan stil bij de potentiële negatieve en positieve consequenties van AI voor de geestelijke gezondheid en bij enkele praktische toepassingen die voor de klinisch psycholoog van nut kunnen zijn. Met deze kennis kan men zelf eerste stappen zetten in dit domein of is men juist voldoende geïnformeerd om hier bewust van af te zien.

Trefwoorden: artificiële intelligentie, chatbots, AI-toepassingen

 

Wat is artificiële intelligentie?

Artificiële intelligentie is niet nieuw

Uitspraken als “Ik heb het aan ChatGPT gevraagd” of “Gemini heeft gezegd dat…” zijn alomtegenwoordig. Zowel in het dagelijks als in het professioneel leven neemt het gebruik van artificiële intelligentie (AI) toe. AI is een vorm van technologie waarbij een computersysteem menselijke intelligentie imiteert of simuleert. Het systeem is bijvoorbeeld in staat om beelden te herkennen en te creëren, maar ook taal te hanteren, te redeneren of zelfs beslissingen te nemen. Daarbij maakt AI geen onderscheid tussen juist of fout, maar kiest het de meest waarschijnlijke uitkomst op basis van wiskundige berekeningen. AI is niet nieuw, het bestaat al decennialang (Rai, 2024). In 1950 stelde Alan Turing als eerste de vraag: “Kunnen machines denken?“ Aan de hand van zijn imitation game, nu beter bekend als de Turing Test, zou de intelligentie van machines getest kunnen worden door hun vermogen om menselijke conversaties en gedrag overtuigend na te bootsen te onderzoeken (Turing, 1950). Volgens Turing is een machine intelligent wanneer die in een conversatie menselijk gedrag zo overtuigend nabootst dat een menselijke beoordelaar geen onderscheid kan maken tussen interacties met een mens of een computer. De term artificial intelligence werd in 1955 als eerste gebruikt door John McCarthy in de benaming van een workshop voor computerwetenschappers (McCarthy et al., 1955), waarna een nieuw onderzoeksveld tot stand kwam, met steeds nieuwe en meer geavanceerde systemen die leidden tot krachtigere en meer uitgebreide toepassingen. Door de jaren heen werden dan ook verschillende benamingen gebruikt voor de evolutie in verschillende types AI, zoals machine learning, natural language processing en generatieve AI.

Lees verder »Artificiële intelligentie en de klinisch psycholoog: zegen of vloek?

Autisme in 2026: een compacte gids voor hulpverleners

Inleiding

Het wetenschappelijke onderzoek naar autisme neemt al decennialang een hoge vlucht en is voor de modale hulpverlener moeilijk te behappen. Bovendien voltrekt er zich momenteel in de autismehulpverlening een paradigmawissel die een ingrijpende impact heeft op hoe er naar autisme wordt gekeken (Pellicano & Den Houting, 2022). Het opzet van dit artikel is om de belangrijkste recente inzichten samen te vatten en te vertalen naar de klinische praktijk. De twee centrale vragen zijn: wat moeten hulpverleners weten en wat kunnen ze doen om van betekenis te zijn voor mensen met autisme?

Je moet ingelogd zijn om de rest van de inhoud te bekijken. Alsjeblieft . Geen lid? Join Us

Artificieel intelligent of menselijk echt: wat is wenselijk in therapie?

Inleiding

De opkomst van artificiële intelligentie (AI) en digitale interventies in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) voltrekt zich in hoog tempo. Zonder dat we het goed en wel beseffen, nemen we deel aan een grootschalig sociaal experiment waarin we dagelijks interageren met AI-chatbots, virtuele coaches en gezelschapsrobots. Technologie, die al veel van onze aandacht opslorpt, dringt nu ook onze intieme levenssfeer binnen en wordt een onderdeel van onze persoonlijke relaties. Deze trend wordt bevestigd door recente data: volgens de Imec.digimeter van 2024 maakte 28% van de Vlamingen actief gebruik van generatieve AI-toepassingen (De Marez et al., 2025) en in 2025 steeg dit aantal naar 43% (De Marez et al., 2026). Uit internationale cijfers blijkt bovendien dat een groeiend aantal jongeren chatbots specifiek inschakelt voor gesprekken over hun mentaal welzijn (Internet Matters, 2025). De aantrekkingskracht van dergelijke AI-toepassingen ligt voor de hand: AI-therapeuten zijn dag en nacht beschikbaar, laagdrempelig toegankelijk en hebben geen wachtlijsten. Bovendien kunnen zij in volledige privacy gebruikt worden, wat voor sommige gebruikers de drempel tot hulpverlening verlaagt.

Je moet ingelogd zijn om de rest van de inhoud te bekijken. Alsjeblieft . Geen lid? Join Us

De plaats van testonderzoek binnen de PAAZ

Reflecties vanuit de klinische praktijk

Inleiding

Als we aan collega’s vertellen over onze ervaringen met testonderzoek op een psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis (PAAZ), krijgen we vaak deze drie bedenkingen te horen: “Wij hebben daar geen tijd meer voor”, ”Patiënten zijn te kort opgenomen om een testonderzoek uit te voeren” of ”Je kan geen testonderzoek doen als iemand zich nog in een acute fase bevindt”. Deze argumenten weerspiegelen inderdaad uitdagingen voor het testonderzoek. In dit artikel willen we de lezer meenemen in onze zoektocht naar oplossingen voor deze uitdagingen en bespreken we hoe testonderzoek het verschil kan maken voor patiënten, hun naasten en de behandelaars. We delen een aantal reflecties over het terugkoppelingsgesprek van het testonderzoek en illustreren dit met een voorbeeld. We eindigen met de bespreking van een aantal belemmerende condities bij patiënten voor testonderzoek. Immers, niet voor elke patiënt is testonderzoek tijdens de opname aangewezen.

Je moet ingelogd zijn om de rest van de inhoud te bekijken. Alsjeblieft . Geen lid? Join Us

Hoe kan intergenerationele overdracht van trauma voorkomen worden?

Inleiding

Traumatische ervaringen komen veel voor: recent onderzoek schat dat 81,5% van de Nederlanders er tijdens hun leven minstens één meemaakt (Hoeboer et al., 2025). De in Nederland meest voorkomende traumatische ervaringen betreffen verkeers- en arbeidsongevallen, seksueel geweld en fysieke mishandeling (Hoeboer et al., 2025). De meeste mensen ervaren na een dergelijke gebeurtenis een korte periode van milde tot matige psychische klachten, maar functioneren relatief snel weer zoals voorheen (Bonanno, 2008). Op basis van Nederlandse cijfers wordt geschat dat circa 13% echter een posttraumatische stressstoornis (PTSS) ontwikkelt (Hoeboer et al., 2025).

Een van de levensgebieden waarop PTSS veel invloed kan hebben, is het ouderschap. Studies laten zien dat PTSS-symptomen van ouders samenhangen met internaliserende en externaliserende symptomen bij hun kinderen (El-Khalil et al., 2025; Lambert et al., 2014). Kortom, negatieve consequenties van traumatische ervaringen kunnen zich over de generaties heen uitstrekken. Twee mogelijke vormen van preventie van intergenerationele overdracht van trauma zijn traumaverwerkende therapie en het versterken van opvoedvaardigheden. Dit artikel bespreekt de evidentie voor beide vormen en doet suggesties om het ouderschap te integreren in de behandeling van ouders die traumatische ervaringen hebben meegemaakt.

 

Je moet ingelogd zijn om de rest van de inhoud te bekijken. Alsjeblieft . Geen lid? Join Us

Preventie van psychose

Inleiding

Dertig jaar geleden werd duidelijk dat de kansen op symptomatisch en functioneel herstel van psychose verslechterden bij een langere onbehandelde ziekteduur. In die tijd verschenen de ‘eerste psychose projecten’ in Nederland en werd actiever gezocht naar beginnende psychose. De bijvangst was dat sommige mensen wel psychotische symptomen hadden, maar niet voldeden aan de DSM-classificaties. Dit werd de groep ‘At Risk Mental State’ (ARMS), ook wel ‘Ultra-High Risk’ en later ‘Clinical High Risk’ genoemd. De groep heeft een aanzienlijk verhoogd risico om psychotisch te worden op relatief korte termijn, van 15% na een jaar tot 28% na vier jaar of langer (Salazar de Pablo, Radua, et al., 2021). In de algemene bevolking is de kans op het ontwikkelen van een eerste psychose maar 0,02% per jaar. In het eerste jaar na detectie is de kans zo’n 750 keer groter dan bij iemand uit de algemene bevolking. Voorkomen is beter dan genezen en succesvolle preventie bij een deel van de mensen met een hoogrisicoprofiel belooft zeer veel behoud van gezondheid.

Je moet ingelogd zijn om de rest van de inhoud te bekijken. Alsjeblieft . Geen lid? Join Us

Andersheid als norm voor goede zorg?

 

 

 

 

 

 

Diversiteit: psychoanalytische beschouwingen
Psychoanalytisch Actueel, nr. 34

Van Dongen, B., Bakker, A., & Doeven, M. (Red.) (2023)
Antwerpen/’s-Hertogenbosch: Gompel&Svacina

In 2009 verscheen in de reeks Psychoanalytisch Actueel een uitgave over transculturele psychoanalyse (Thys & Gomperts, 2009). Verschillende (psychoanalytische) auteurs beschreven hierin de wijze waarop zij in hun praktijk in contact proberen te komen met het psychisch lijden van cultureel anderen.

In dezelfde reeks is opnieuw een nummer verschenen waar het thema cultuur en psychoanalyse onder de loep wordt genomen. Het bundelt de lezingen van het eerste lustrumsymposium van de Nederlandse Psychoanalytische Vereniging (NPaV). Deze keer ligt het accent vooral op diversiteit. Het centrale thema dat in dit boek behandeld wordt, is de vraag: waarom heeft de mensheid zoveel moeite met het verdragen van verschillen? Waarom heeft de mens zoveel moeite zich te verhouden tot het vreemde? Wat heeft de hedendaagse psychoanalyse te zeggen over variaties in seksuele geaardheid en gender? Met welke uitdagingen krijgt de psychoanalytisch psychotherapeut te maken bij de behandeling van mensen met een migratieachtergrond?

Je moet ingelogd zijn om de rest van de inhoud te bekijken. Alsjeblieft . Geen lid? Join Us