Inleiding
Terugkijkend op meer dan vijftig jaar praktijk merk ik dat de regelgeving in de beroepsethiek zich heeft uitgebreid. Het weerspiegelt zorg voor duidelijkheid omtrent gewenst en ontoelaatbaar professioneel handelen. Verantwoorde keuzes in een specifieke situatie gaan gepaard met afwegen van regels en wetten. Bij professionele dilemma’s vragen collega’s vaak om mijn supervisie als (voormalig) docent beroepsethiek.1 Dat motiveert mij om te zoeken naar een bodem waarin goed handelen zich kan wortelen en ontwikkelen. Zo kom ik uit bij liefde. Daarbij is bewustwording en uitzuivering van persoonlijke gevoeligheden noodzakelijk.
Aan de hand van twee casussen2 maak ik abstracte principes concreter.
