Inleiding
De opkomst van artificiële intelligentie (AI) en digitale interventies in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) voltrekt zich in hoog tempo. Zonder dat we het goed en wel beseffen, nemen we deel aan een grootschalig sociaal experiment waarin we dagelijks interageren met AI-chatbots, virtuele coaches en gezelschapsrobots. Technologie, die al veel van onze aandacht opslorpt, dringt nu ook onze intieme levenssfeer binnen en wordt een onderdeel van onze persoonlijke relaties. Deze trend wordt bevestigd door recente data: volgens de Imec.digimeter van 2024 maakte 28% van de Vlamingen actief gebruik van generatieve AI-toepassingen (De Marez et al., 2025) en in 2025 steeg dit aantal naar 43% (De Marez et al., 2026). Uit internationale cijfers blijkt bovendien dat een groeiend aantal jongeren chatbots specifiek inschakelt voor gesprekken over hun mentaal welzijn (Internet Matters, 2025). De aantrekkingskracht van dergelijke AI-toepassingen ligt voor de hand: AI-therapeuten zijn dag en nacht beschikbaar, laagdrempelig toegankelijk en hebben geen wachtlijsten. Bovendien kunnen zij in volledige privacy gebruikt worden, wat voor sommige gebruikers de drempel tot hulpverlening verlaagt.
