Inleiding
In het verleden werden cliënten met een borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS) beschouwd als moeilijk en relatief onbehandelbaar. Ze kwamen terecht in residentiële settings en werden vaak als draaideurpatiënten bestempeld. Met de ontwikkeling van de Dialectische Gedragstherapie (DGT) heeft Marsha Linehan in de jaren 1980 dan ook een antwoord willen bieden op het behandelaanbod dat op dat moment ontoereikend bleek voor mensen met chronische suïcidaliteit en BPS. Voor die populatie ontwikkelde ze een gestructureerd en geprotocolleerd ambulant behandelprogramma (Linehan, 1993/2002).
Eind jaren 1990 maakten enkele Vlaamse psychiaters de vertaalslag naar een residentiële psychiatrische context. Zo ontstond in 1998 binnen het Universitair Psychiatrisch Centrum (UPC) Duffel (toen nog Psychiatrisch Centrum Sint-Norbertushuis) de DGT-afdeling Spinnaker. De opleiding gebeurde via Dialexis door Wies Van Den Bosch. Geleidelijk werden de teams van de residentiële afdelingen en later ook van de dagbehandeling opgeleid in DGT.
Vandaag worden jaarlijks honderden cliënten uit heel Vlaanderen, maar vooral uit de eigen regio, geholpen in het zorgprogramma Persoonlijkheid, dat bestaat uit drie afdelingen:
- Spinnaker 1: dertig residentiële plaatsen, kortdurend, laagdrempelig programma van dertien weken met het accent op DGT voor destructieve coping;
- Spinnaker 2: dertig residentiële plaatsen, met DGT voor complex trauma, waar na een commitmentfase van vijf weken bekeken wordt of de focus tijdens de modulefase (zeventien weken) op het basis-DGT-protocol gelegd moet worden of dat aanvulling met PTSS-behandeling wenselijk is;
- Spinnaker 3: dertig plaatsen voor dagbehandeling, met standaard-DGT-behandeling.
De drie afdelingen werken samen, maar cliënten kunnen rechtstreeks voor dagbehandeling aangemeld worden en hoeven niet eerst residentiële behandeling te volgen.
Jaarlijks wordt in het UPC Duffel een tiendaagse intensieve DGT-opleiding georganiseerd, onder andere gericht op ambulante therapeuten en coaches.
In deze bijdrage focussen we op die aspecten uit het DGT-kader die ons relevant lijken voor de brede klinische praktijk, dus ruimer dan specifieke DGT-behandelafdelingen. Aangezien de meerderheid van onze cliënten vrouwelijk is, gebruiken we ‘zij’.
